2035451_Nijntje streektaal‘Emmeg’, zegt mij zoontje, terwijl hij zijn emmertje vult met water. ‘Gieteg’, zegt hij daarna. Ik kijk mijn vriend triomfantelijk aan. Die rolt met zijn ogen. ‘Het is emmeRRRR’, legt hij nog een keer uit. Maar mijn zoontje luistert niet. ‘Ongeg’, werpt hij tegen. Hij heeft honger, vertaal ik voor mijn vriend. En ik prijs mijn kind voor zijn perfecte West-Brabantse uitspraak.

Er heerst bij ons thuis een gezellige strijd tussen mijn redelijk perfect ABN-sprekende vriend (die overigens ook uit Brabant komt) en mij, de import-Utrechter met de onvervalste zachte g. Aangezien ik de meeste tijd met mijn zoon doorbreng, zou het niet gek zijn als hij mijn licht Brabantse tongval kopieert en de woorden die eindigen met een r steevast laat klinken alsof er een g in zit.

Nu zijn woordenschat in rap tempo toeneemt, merk ik inderdaad dat hij mijn uitspraak soms nadoet. Maar dat hij ook uitspreekt wat mijn vriend hem aanpraat. Zo klinkt zijn ‘acht’ de ene keer als ‘aaaht’ (als ik tel) en dan weer als ‘aggggt’ (als mijn vriend dat doet).

We vinden het allebei een wonderlijk verschijnsel, zo’n murmelend hummeltje. En we zijn heel benieuwd hoe hij uiteindelijk gaat praten. Hij heeft immers niet alleen te maken met een zachte g en een harde r in zijn directe omgeving, we wonen ook in een Utrechtse volksbuurt waar ik kinderen hoor praten over hun ‘hemster’ die ze nog ‘woater’ moeten geven. Bovendien komt zijn opa uit Leiden, spreekt zijn oma met een licht Dordts accent en heeft bij zijn andere grootouders te maken met een redelijk platte uitspraak van het Roosendaalse dialect.

Tel daar de Utrechtse gastouder bij op en denk nog even aan die paar Gooische rrr-en die andere kinderen in zijn omgeving zich hebben aangemeten: het is een groot raadsel welke uitspraak dan uiteindelijk als winnaar uit de bus komt.

Te beredeneren valt het niet: de broer van mijn vriend, die dezelfde ouders en opvoeding heeft gehad, heeft zich het plat-Brabants van zijn woonplaats aangemeten, terwijl mijn vriend dat nooit heeft gedaan. De kinderen van Brabantse kennissen in de Randstad kunnen, ondanks de zachte g van hun ouders, zo bij het Kinderen voor Kinderen-koortje. En de dochter van een Limburgse vriendin in Utrecht spreekt Limburgse woorden uit met een harde g. Of mijn zoon het bij ‘emmeg’ en ‘gieteg’ houdt zal de tijd uitwijzen. Maar ik ben ondertussen heel benieuwd welke elementen kinderen van andere ‘multitaalgebiedouders’ uit al het aanbod hebben gekozen…

Reacties

reacties


1.440 views | Geschreven door