PostcodeboekIk wil zo niet zijn. Zo’n ouder die het altijd heeft over de afwijking van zijn kinderen (hoogbegaafd, adhd, dyslectisch, autistisch). Toch heeft mijn zoon kenmerken van drie van deze ‘aandoeningen’. Hij vaart er prima bij hoor, maar als ik hem moet omschrijven, dan ontkom ik er niet aan om zijn ‘ontwikkelingsvoorsprong’ te benoemen, want dat typeert hem nu eenmaal.

De wijsneus.

Ik wil ook niet zo’n ouder zijn die zeurt over het onderwijs. Dat Cito-toetsen niet deugen. Dat lesmethodes hopeloos verouderd zijn, nog stammen uit de jaren vijftig. Dat ons onderwijssysteem mensen opleidt voor banen die er niet meer zijn. Dat computers worden gezien als iets engs, waar kinderen bij uitzondering op mogen ‘spelen’. Dat je in de huidige maatschappij meer hebt aan vaardigheden als programmeren dan – pak hem beet – houtbewerking.

Wist je dat je, als onderdeel van een Cito-toets, iets moet kunnen opzoeken in atlas?

Ik herhaal: een atlas? Wanneer heb jij voor het laatst iets opgezocht in een atlas?

Nog zo eentje. Een telefoonnummer moet je kunnen opzoeken in een…

…telefoonboek!

We kunnen er niet onder uit dat de maatschappij veel en veel sneller verandert dan het onderwijs. En dat is begrijpelijk: lesmethodes kun je nu eenmaal niet jaarlijks aanpassen. Maar een beetje meer vaart in de onderwijsvernieuwing kan geen kwaad. Er is een beweging in Nederland die 21st Century Skills heet en zich hard maakt voor deze zaak.

Dat zijn nog eens zeurende ouders waar ik me graag achter schaar.

Reacties

reacties


1.021 views | Geschreven door

3 reacties

  1. peterzunneberg

    Ooit -hij zal een jaar of zes geweest zijn- stelde mijn zoon dat een tonijn geen vis was, “want hij zit in blik”. Hier moest in aan denken toen ik je stuk las. Wat voor volwassenen vanzelfsprekend is (in dit geval de atlas en het telefoonboek), hoeft dat voor kinderen niet te zijn.
    Anno 2013 zoek je plaatsen of telefoonnummers op de computer. Maar als je nooit een atlas of een telefoonboek in handen hebt gehad, is het best moeilijk om te begrijpen hoe het zoeken van specifieke informatie zijn eigen wetten kent. Niet het zoekresultaat is het belangrijkste, maar de zoekstrategie. Bovendien kan het bij het aanleren van 21st century skills (zoals creatief denken of probleemoplossend vermogen) geen kwaad om inzicht te krijgen in of in ieder geval kennis te maken met de manier waarop mensen die geen computer hadden daar mee omgingen. Nieuwsgierigheid naar de wereld van vroeger is een opstap naar het omgaan met de wereld van de toekomst.

  2. tinekehoningh

    Ik zou nog een stapje verder willen zetten: het gaat in vrijwel alle gevallen om de strategie en niet om het resultaat. Of dat nou voor opzoeken geldt, of voor pakweg rekenen. In dat laatste vak is bijvoorbeeld de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt: in de klas worden meerdere strategieën besproken, waarbij kinderen leren van elkaar en zich een strategie aanleren die bij ze past. Dus niet meer: een deelsom los je op deze manier op. Punt uit. Dat leidt niet tot begrip. Dan leer je kinderen een trucje. Samen met de klas bekijken hoe iedereen zijn som oplost leidt wel tot begrip! ‘Oh zó, juf!’ De kwartjes vallen dan aan de lopende band. (Heerlijk trouwens, zo’n rekenles.)

    Hetzelfde geldt voor internetvaardigheden of informatievaardigheden – zo noem ik ze maar even. Als je een telefoonnummer opzoekt op de computer, zegt Google dat Tineke Honingh nummer X heeft. Maar of het ook klopt? Er zijn kinderen die weten dat het belangrijk is om de woonplaats te weten (Nijmegen), omdat dat er meerdere Tineke Honingh’s kunnen zijn (die zijn er!). Dat is al een strategie. Voor een atlas geldt hetzelfde. Weet je hoeveel London’s er zijn? Sterker: ik heb een keer en werkstuk moeten nakijken over de Ku Klux Klan dat bijna 50 pagina’s lang was: vol propaganda. Opzoeken is makkelijk. Een trucje. Bronnen en informatie beoordelen een stuk moeilijker.

    Goede lessen over informatievaardigheden – daar schort het mijns inziens aan en zijn anno nu ernstig nodig. En die beginnen echt in de bieb, mediatheek of op een andere analoge manier. En dan wel graag toepassen op de digitale wereld zónder angst voor wat kinderen tegen kunnen komen. Want dat is – volgens mij – een tweede horde. Het is net als seksuele voorlichting. Ze komen er sowieso mee in aanraking, dan moeten we ook ze de juiste tools meegeven, toch?

  3. Tefke van Dijk

    Mijn zoon (groep 3) kreeg laatst een rekenvraag over een strippenkaart. Waardoor zijn juf de klas eerst moest uitleggen wat een strippenkaart is. Nu is de ov-chipkaart nog niet zo lang geleden ingevoerd, maar toch sla je dan de plank mis omdat zo’n vraag veel meer behelst dat alleen de rekensom. Dat maakt een toets onnodig ingewikkeld en dat is jammer.