20131003-211816.jpgWe fietsen naar huis, na een lange dag. Hij is moe. Hij is nog maar klein.

Hij raakt achterop. Ik houd in. Ik steek mijn rechter arm naar achteren.

Hier, kom maar, ik wacht op je, ik neem je mee.

Hij komt naast me. Ik leg mijn hand tegen zijn linker schouder.

Toch is hij al groot: hij fietst al lang zelf. Maar ’t blijft m’n kleine jongen. Blond en tenger. De beentjes in dat spijkerbroekje draaien rond. Z’n Nikes duwen op de trappers.

Ik voel z’n schouderblaadje door z’n jas heen. Het voelt zo klein, zo kwetsbaar. Zodra het in m’n hand ligt, fietst hij makkelijker. Weet ook hij zich met mij verbonden.

Ik duw wat harder, hij gaat wat sneller.

Hij wil turner worden. Een glimlach verschijnt om mijn mond. M’n hand voelt bot. Lief bot.

Straks zijn z’n schouders twee keer zo breed, en is dat schouderblad verpakt in een bundel spieren…
 

Reacties

reacties


1.209 views | Geschreven door