Barbie‘Leuk, dat poppenbedje’, zegt de moeder van het klasgenootje van mijn dochter en ze wijst naar een wiegje met pop. Met twee zonen heeft ze een huis vol jongensspeelgoed. Haar jongste heeft net een middag met mijn dochter gespeeld. En met haar poppen.

Op het schoolplein vertelde de moeder al dat ze het zo leuk vond dat haar zoon eindelijk eens bij meisje ging spelen. Ik was ook blij dat mijn dochter wilde afspreken met een jongen in plaats van het zoveelste suikerspin-roze meisje. ‘Toch hebben we haar helemaal niet opgevoed met al dat roze spul’, zeg ik tegen de moeder als ze hem komt ophalen. Ze kijkt naar mijn roze jurk en ik realiseer me dat ik helemaal niet geloofwaardig overkom. ‘Ach ja, het zit er toch in’, zegt ze lachend.

En toch heb ik roze een tijd bewust gemeden. Zo heb ik mijn dochter rompertjes aangetrokken met een neutrale kleur, of de blauwe van haar broer. ‘Ik ga geen roze poppetje van haar maken’, zei ik tegen iedereen. Dat hield ik niet vol. Als je eerst een jongen hebt gekregen, is het toch leuk als je daarna een meisje krijgt die je jurkjes kunt aantrekken enzo. Ik wilde ook voorkomen dat mensen zouden zeggen: ‘och, wat een lief jongetje!’ Ze is een meisje, en dat mocht iedereen zien.

Het meisje ging lopen en schopte na haar eerste stapjes tegen een voetbal. Ja!, dacht ik. Zie je, ze gaat voetballen. Stoer. Maar het meisje ging naar school en wilde opeens ook poppen. Barbies. Roze kleren. Jurkjes en rokken, absoluut geen broeken.

Ik weet nog dat ik voor haar verjaardag in de speelgoedwinkel stond, voor die enorme wand met roze spullen. Barbies met glitterpakjes, roze accessoires en poedeltjes. Zucht. Dit ga ik toch niet doen? Straks heeft mijn dochter het verknipte wereldbeeld dat alle vrouwen er zo uit horen te zien. Inclusief fraaie boezem, wespentaille en slanke, lange benen. Ik ging op zoek naar een dik exemplaar en vond ergens onderin een onooglijk poppetje waarbij alles uit proportie was. Mijn dochter heeft er zeker twee dagen mee gespeeld.

Laatst stond ik weer voor die wand en dacht terug aan mijn eigen jeugd. Wat wilde ik als klein meisje graag een Barbie. Met prinsessenjurken en glanzend haar. Wat was ik jaloers op de vriendin die een hele koffer vol Barbiespullen had. Zucht. Ik pak een roze doos uit het schap en loop naar de kassa.

Ik kan niet voorkomen dat mijn dochter in aanraking komt met de perfecte vormen van grote speelgoedfabrikanten. Dat moet ik ook niet willen. Ik kan wel proberen in de opvoeding duidelijk te maken dat de meeste mensen er zo niet uitzien. Dat je mooi bent zoals je bent. En dat innerlijke schoonheid belangrijker is dan een fraai uiterlijk. Etcetera. Dat hebben mijn ouders mij kunnen bijbrengen, dus dan moet dat mij ook lukken.

Gisteren zat mijn dochter bij me op schoot en vertelde dat ze na zwemles op voetbal wil. Ha! Zie je, dat gaan we doen. Roze Barbie of niet, ze is en blijft een stoere meid.

KIJKTIP Dat het anders kan, bewijst Riley, een slim meisje dat schoon genoeg heeft van de marketing van poppenfabrikanten:

Reacties

reacties


915 views | Geschreven door

9 reacties

  1. Johan Koning

    Ik weet nog goed dat mijn vrouw mij eens vroeg een truitje voor Femke van boven te halen. Mijn (logische, want man) vraag was: ‘Welke?’
    Het antwoord luidde: ‘Die roze”.
    Waarop ik nog net zo weinig wist…

    En toch hebben wij het niet bewust gedaan, onze dochter in roze opvoeden, en zéker niet met Hello Kitty. Het is zo gegroeid. ‘Loze is mijn liefskleur’. En nu slaapt ze zelfs in een kamer waarvan de ene muur knalroze is…

  2. daan van dijk

    Komt vanzelf goed, Tefke. Zolang je zelf een voorbeeld blijft. En roze blijft een leuke kleur.

  3. tinekehoningh

    Mijn zus is vier jaar ouder. Ze had een oude Pamperdoos vol Barbies (weet je nog hoe groot die waren?). Ik vond er geen zak aan. Ik speelde liever buiten: hutten bouwen, zandbak, zwerven over de dijk. Ik haatte jurken, rokken, maillots. In de brugklas had ik nog een groene trui met een draak weet ik (steevast met chocolademelkvlek). Een jongens-meisje geloof ik. Geen roze te bekennen.

    Tot ik zwanger was van Dochter. Na drie maanden vroeg iemand aan mij: Goh, wat heb je toch leuke jurken aan. Die roze van gisteren stond je leuk. Roze?, dacht ik nog. Heb ik een roze jurk? Ik keek eens kritisch naar mijn kledingkast en had in de drie maanden het ene na het andere roze kledingstuk gekocht. Zelfs bijpassende (of vloekende) nagellak!

    Toen wist ik het zeker: ik krijg een dochter! En wat voor een! Een meisje-meisje dat alleen rokjes wil dragen, een hele ochtend bij de HEMA voor het make-up schap kan staan (‘En deze dan, mag ik deze??’) (Ze is drie, dus nee), van roze en prinsessen houdt (het liefst roze prinsessen) en elke dag minstens zeven speldjes (glitter, roze) in haar haar wil.

    Weetje, ze wordt er zielsgelukkig van. En samen nagellakken – heb ik ontdekt – is heerlijk. Maar ik dan groen en zij roze.

    • Tefke van Dijk

      Haha. Mooi verhaal, Tineke. Ik ben ook nooit zo’n meisje-meisje geweest hoor, maar een Barbie wilde ik wel.

  4. peterzunneberg

    Mijn moeder vertelde me pas dat ze zich doodongelukkig voelde, toen ze zag dat ik al het schiet- en oorlogsspeeltuig, dat ze weigerde voor mij te kopen, gewoon zelf maakte. Op den duur heeft ze zich erbij neergelegd en zag ze dat ik erg veel plezier beleefde met mijn speelgoedsoldaatjes. Uiteindelijk heeft het geleid tot historische belangstelling en militaristische afkeer. Hoe ze zich voelde toen ik dienst weigerde, moet ik haar toch nog eens vragen. Wat ik wil zeggen is dat je hoopt te kunnen sturen, maar dat je het niet altijd in de hand hebt. En het dan uiteindelijk toch nog goed kan komen,
    En mocht je nog op zoek moeten naar een voetbalclub, ik weet een hele leuke, met heel veel meiden ;-).