PestenPesten is hot. Qua gespreksonderwerp dan. Na de geschokte reacties op de rouwadvertentie van Tim Ribberink volgden vele verhalen in de media, zoals dat van Arthur Japin in de Volkskrant en Marijn de Vries bij HP/De Tijd. En dan vandaag in het nieuws een vijftienjarig meisje uit Meppel dat voor de trein sprong en drie jaar geleden dit gedicht schreef:

Op mijn vorige school
Ben ik erg gepest
Ik was anders dan de andere, …
Anders dan de rest.

Ik weet niet waarom,
Het begon als een spel.
Het liep uit de hand
En eindigde voor mij in een hel.

Het ging drie jaar door,
En niet alleen schelden
Wat ik ook elke dag hoor.

Ik had er genoeg van,
Het zat me tot hier.
Nu ben ik daar weg,
met heel veel plezier.

Diep van binnen ben ik bang,
want straks herhaalt het zich weer,
dan voel ik die pijn weer,
en dat wil ik nooit meer.

Ik denk dat ik zonder twijfel kan stellen dat het dé angst is van iedere ouder: dat je kind wordt gepest, dat het pest, of dat het meeloopt met de rest. Als het om pesten gaat, is eigenlijk niets goed. Behalve het niet doen, maar daar lijkt de mens niet toe in staat. Arthur Japin zegt daarover: ‘Ik vind dat we een keer voor onszelf moeten toegeven dat pesten hoort bij het groepsproces: zodra je mensen bij elkaar plaatst, komt het op gang.’

Waarom, vraag ik me dan af. Waarom? Iedereen keurt het af, niemand zegt dat het goed of leuk is. Scholen stellen en masse pestprotocollen op, en toch gebeurt het dagelijks.

Het is ook míjn grote angst dat mijn kinderen vroeg of laat worden geconfronteerd met pesten. Afgelopen week kreeg mijn zoon een brief mee naar huis van een stagiaire Pedagogiek die onderzoek doet naar pesten. Een A4-tje met vijf vragen, zo ingevuld zou je zeggen. Maar ik kom niet eens voorbij de eerste vraag: Waaraan zal u bij uw kind kunnen merken als hij/zij gepest wordt?

Ik weet het niet. Natuurlijk: ik ken mijn kind, maar hoe vaak gebeurt het niet dat kinderen ten koste van alles verbergen dat ze worden gepest? Om Arthur Japin weer te citeren: ‘De gepeste zelf zal nooit iets zeggen, misschien bij hoge uitzondering. Je ouders zijn de aller, allerlaatsten aan wie je iets vertelt. Ze zijn de laatsten die nog in jou geloven. Je bent doodsbang dat zij het ook gaan zien, dat wat ze op de wereld hebben gezet er eigenlijk niet mag zijn.’

Mijn hart breekt als ik dit lees. Als ik eraan denk hoe alleen op de wereld je bent als gepest kind. Ik kan me dan alleen maar aansluiten bij de oproep aan ouders en kinderen: Stop Pesten!

Reacties

reacties


1.821 views | Geschreven door

Over de auteur

Oprichter van OudersOnderling en journalist, tekstschrijver en redacteur bij De Schrijfzolder. Analyseert boodschappenbriefjes en verzamelt slechte slogans. Zoon en dochter. Afwijking: pareidolia.

3 reacties

  1. Johan Koning

    Als je maar een beetje uit de toon valt, niet gangbaar bent, niet binnen de lijntjes past, dan ligt pesten al snel op de loer.
    Vandaar dat ik ook een hartgrondige hekel heb aan het hele stempeltjessysteem waar Nederlandse kinderen tegenwoordig al van jong af aan mee worden geconfronteerd. Dat begint al bij ‘Het Bureau’, waar je je bijvoorbeeld aan de groeicurve moet houden. Blijf vooral binnen de lijntjes kleuren, want anders zijn mag niet.
    Nou: iedereen is anders.

  2. Liesbeth van der Heijden

    Mooi verhaal Tefke, over één van de meest precaire onderwerpen die ik ken. Inderdaad: ook mijn hart breekt als ik denk aan de intense eenzaamheid die gepeste kinderen moeten ervaren. Ik weet geen oplossing, behalve je kinderen zo veel mogelijk zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld te geven – voor zover je dat als ouder kunt. Zodat ze weerbaar zijn tegen pesten en niet hoeven te pesten om zichzelf beter te voelen.

  3. peterzunneberg

    Over het onderwerp pesten schreef Edward van de Vendel vorig jaar “Het lekkere van pesten”. Het is het verhaal van een jongen die heel lang gepest is. Ook de pesters van destijds zijn opgezocht. Ik kan het iedereen aanbevelen.