Gelukkig ben ik van ver na 1940-1945. Ik heb De Oorlog dus niet meegemaakt. Ik zag net een tweet langskomen van iemand die zijn zoontje citeerde. Die had een foto in de krant gezien uit de Gaza-strook. ‘Spelen die mannen nog steeds legertje?’, had het kereltje in al zijn naïviteit gevraagd.

Kolonels, generaals en majoors, ik raak er vooral van in mineur.

Laat hem lekker naïef blijven! Zelf speelde ik vroeger ook regelmatig ‘legertje’. Het was naast voetbal en A-teampje één van mijn favoriete buitenspeelactiviteiten. Maar toen ik voor het echie aan moest treden bij de militaire keuring, was ik verre van blij. Nee, ik zag mijzelf niet met een geweer in het rond rennen. En al helemaal niet op commando van één of andere schreeuwende generaal, majoor of luitenant. Gelukkig ken ik die personen nu alleen van een spelletje stratego, want ondanks dat ik werd goedgekeurd heb ik tot nu toe geen legerkistjes hoeven dragen en geen stormbaan te nemen. Ook gelukkig voor de Nederlandse krijgsmacht, want ik ben niet voor niets eigen baas: ik kan niet zo goed tegen gezag.

Maar goed, over naar serieuze zaken. Want in mijn leven heb ik dan weliswaar geen oorlog gevoeld, ik heb het wel gezien. Libanon, Irak, Afghanistan, Nicaragua, Golfoorlog, noem ze maar op. En vanaf dat ik mij kan herinneren de schijnbaar eindeloze en niet te ontrafelen strijd tussen Israël en de Palestijnen…

Ooit zal de dag komen dat zoon- of dochterlief met een vraag komt over oorlog. Ja, het is een ruzie tussen verschillende landen. Maar hoe leg je het verder uit? Ze ervan weghouden is helaas niet mogelijk, helemaal niet met de moderne mediamiddelen. Ikzelf vind het al vreselijk om te zien, zij moeten van dit soort beelden wel nachtmerries krijgen.

Hoe lossen jullie dit op? Of hoe ging dat bij jullie?

Reacties

reacties


771 views | Geschreven door

Over de auteur

Freelance tekstschrijver

Freelance tekstschrijver (onder de naam LetterLuck | tekst voor u). Maar bovenal man van Audrey en vader van Pim (2007) en Femke (2009). Mag op Ouders Onderling schrijven en adjunct-hoofdredacteur spelen. Vervult voor heel Content Collective de rol van eindredact(z)eur. Chronisch Gronings, maar al jaren wonend in prachtig Twente.

4 reacties

  1. Marjolijn Hovius

    Een moeilijk punt voor veel ouders, denk ik: “Hoe leg ik deze wereld in hemelsnaam aan mijn kinderen uit?” Die van mij zijn ook nog niet aan Jeugdjournaal toe, maar ik kan me nog goed herinneren dat mijn dochter (toen 4) samen met haar vader een Straatkrantverkoper bij de AH was tegengekomen. Ze was er nog helemaal vol van toen ze thuiskwam: “Weetje mama? papa en ik zagen een meneer, die helemaal geen huis heeft. Erg hè? Want waar moet hij nou slapen? Maar wij hebben hem geld gegeven en ik denk dat hij nu een huis gaat kopen in de winkel. Fijn hè?” Ja, lieverd, heel fijn. En ik moest denken aan wat ik ooit las, het was vast van Barbara Stok: ‘de ouders van een dakloze hadden zich zijn toekomst ook vast heel anders voorgesteld’…

    • Johan Koning

      Barbara Stok ken ik niet, maar de quote slaat de spijker op z’n kop.
      De quote van je dochter is trouwens ook goud waard. Of in ieder geval een kleine aanbetaling voor een huis.

      • Marjolijn Hovius

        Barbara Stok, de geweldige striptekenares uit Groningen, heeft vaak heel rake observaties. Ik moet er altijd aan denken als ik een dakloze zie, of iemand anders die het minder getroffen heeft in het leven. Sinds ik kinderen heb komt dat veel harder aan, merk ik. Vraag aan ouders van oudere kinderen: blijft dat zo?

  2. Liesbeth van der Heijden

    Dat wordt niet minder erg, Marjolijn. Sterker nog, dat groeit alleen maar. Als moeder van kleintjes komt vooral het leed van kleine kinderen en hun ouders hard binnen. Dat slijt niet, maar als jouw kinderen ouder worden komt er ook nog de identificatie met oudere kinderen en hun ouders bij. Mijn hart breekt bij kindsoldaten of als ik aan de moeder van een 16-jarige opstandeling in Syrië denk. Je wordt dus steeds meer een sentimenteel watje 😉

    Ik heb steeds met onze kinderen over oorlog gesproken als ze er zelf naar vroegen. Die interesse is er bij de meiden nog nauwelijks, maar bij mijn zoon wel degelijk. Hij en zijn opa, mijn vader, hebben elkaar gevonden in hun gezamenlijke interesse voor WO II. Aan mij de taak om zo veel mogelijk de-romantiserend commentaar te leveren. Kennelijk heb ik dat niet goed gedaan. Hij overweegt serieus de KMA. En dat moet je als oud-PSP-stemmer en vredesdemonstratiemeeloper wel even verwerken.