rattenvangervanhamelenEen paar dagen geleden zat ik met mijn zoontje van drie in de bieb. Op de voorleestafel lag een mooi pop-up boek met het verhaal van Roodkapje. Mijn zoontje vond de uit het boek springende wolvenkop gelukkig niet eng, maar juist grappig. Dat was weer een opluchting. Het verhaal eindigde met een expliciet verwoorde moraal: ‘dus, kinderen, spreek nóóit een vreemde aan.’ Ik voegde er zelf aan toe: ‘nou ja, als je maar niet met vreemden meegaat.’

De boeman in de struikjes
Ik weet nog goed hoe andere kinderen op mijn basisschool fluisterden over de ‘enge mannen’ in de bosjes rond school. Ouders vertelden blijkbaar dat de kinderen niet in de struiken mochten spelen omdat daar kinderlokkers konden zitten. De kinderlokkers waren volgens mijn fantasie een soort boemannen, of trollen die kinderen meesleurden om ze op te eten. Ik geloofde er echter niet in en bleef gewoon in de struiken spelen (om duizendpoten en pissebedden te zoeken bijvoorbeeld).

Juffen en medescholieren waarschuwden me wel, maar het was aan dovemansoren gericht. Soms verzuchtte ik: ‘Geloven jullie daar echt in? Kinderlokkers bestaan helemaal niet hoor!’

Xenofobie
Aangezien ons eigen gezin vroeger al niet echt als doorsnee te omschrijven was en wij thuis een socialistische opvoeding kregen, heb ik het begrip ‘vreemde’ altijd wat irritant gevonden. Het is jammer dat er nog steeds zo veel ouders zijn die angst voor alles wat anders is een belangrijk onderdeel van de opvoeding lijken te vinden. Homoseksuelen, mensen met een andere huidskleur of ander geloof, jongens in jurken, zonderlingen à la Man bijt hond, psychiatrisch patiënten, zwervers… Snel een greep aan de arm van het kind om hem een omweg langs die ‘gekke’ man of vrouw te laten maken. En als een dergelijk persoon contact wil maken met je kind, je kind snel ervan wegsleuren: ‘Niet mee praten hoor, met die meneer.’

Ik beschouw mezelf niet als heel opvallend ‘anders’. Toch werd ook ik in de rol van ‘enge vreemde’ geduwd, terwijl ik mijn zoontje uit eerdergenoemd Roodkapjeboek voorlas. Een moeder met dochtertje van eveneens drie jaar (schat ik) waren ook aanwezig. Terwijl de moeder een boek zocht in de kast, liep het meisje naar ons toe, babbelde met mijn zoontje en wilde meekijken en –luisteren terwijl ik voorlas. Weer een mooie kans voor mijn zoontje om zijn sociale vaardigheden te oefenen, dacht ik nog. Dus ik liet het meisje, staande naast de voorleesstoel, gewoon meegenieten. Totdat de moeder met een geschokte blik naar ons toeliep, mij aankeek alsof ik niet goed wijs was, haar dochter greep en met haar de bieb uit wandelde. Moeten kinderen echt zo bang zijn voor onbekenden (met name mannen), of laten we ze opgroeien tot ruimdenkende en betrokken sociale wezens?

Reacties

reacties


1.200 views | Geschreven door

Over de auteur

Hallo! Ik ben in eerste instantie huisvader met twee kinderen (5 en 1). Verder ben ik Nederlands taalkundige met een eigen tekstbureau. Lezen, peinzen en de door mijzelf opgerichte wereldklassieker-leesclub zijn mijn grootste hobby's.