Ik lees het overal: het sandwichkind – het middelste kind in een gezin met drie kinderen – lijdt het meeste van allemaal. Het kan niet zo snel rekenen of lezen als de oudste, maar is lang niet meer zo schattig als de baby. Het moet altijd schreeuwen om aandacht, opboksen tegen de grote broer of zus, en is altijd jaloers op de kleine. Het sandwichkind is een buitenbeentje. Overgeleverd aan haar lot.

Afdankertjes

Wij hebben binnenkort zo’n sandwichkind in huis. Over een week of zeven wordt haar zusje geboren en is ze dus niet meer de jongste. En ze heeft het als tweede kind al zo moeilijk. Het is dat ze twee seizoenen verschillen, anders zou ze het hele jaar door alleen de afdankertjes van haar grote zus dragen. Haar zwangerschapsdagboek stokt ergens rond 16 weken. Te druk was ik met de dreumesperikelen om me heen, en ik voelde me nou ook niet bepaald senang mijn hormonale gezeur aan de gezellig gekleurde pagina’s toe te vertrouwen, want net zo fruitig en blij als tijdens mijn eerste zwangerschap was ik uiteraard ook niet. Babyzwemmen, kleuteryoga, muziek op schoot, zwemles: geen tijd voor, geen zin in, niet aan gedacht.

Los fietsen

Vorig weekend leerde ze dan eindelijk zonder zijwieltjes fietsen. Nadat ze er al maanden om vroeg (lees: sméékte). Ze wordt in december 5. Gerustgesteld was ik door de reacties op Facebook; vergeleken met andere kinderen, was ze er nog best vroeg bij. Met onze oudste dochter oefende we al vanaf haar derde jaar zo wat elke dag, die dan ook op haar vierde al zonder terughoudendheid de hele stad doorkruiste op haar fiets (met helm uiteraard, want met haar hoofd waren we ook al véél voorzichtiger).

Door het leven glijden

Als ik naar mijn lieve sandwichkind kijk, zie ik echter geen meisje dat lijdt. Ik zie een grietje dat iedere dag lachend omarmt, dat vele malen zorgelozer door het leven glijdt dan haar oude zus. Ze telt de dagen af tot ze dan eindelijk ook ‘grote zus’ is, legt ’s avonds haar hoofd op mijn bijna acht maanden zwangere buik en zingt zachtjes liedjes. Als het buikzusje reageert met een stomp tegen haar wang, moet ze onbedaarlijk lachen.

Eenmaal in bed stopt ze geroutineerd de rechterduim in haar mond en zoekt ze met de andere hand mijn oor om aan te friemelen. Langzaam zakt ze in slaap. Ik stop haar in, geef haar een kus en ga naar de huiskamer. Daar zit haar grote zus, want die mag wel een uur langer opblijven. Voordat ik zelf naar bed ga, kijk ik nog even hoe ze erbij liggen. De duim is uit de mond gezakt, armen liggen boven haar hoofd – net zoals toen ze nog een baby was. Ik maak me ineens geen enkele zorgen meer. Want jongste, middelste, of sandwich: zij vindt haar plekje straks wel weer.

Reacties

reacties


2.976 views | Geschreven door