GroeipijnenMijn dochter is zes. Vandaag had ze na school afgesproken met een vriendinnetje. Eenmaal thuis hoorde ik ze boven giebelen, gillen en geiten. Ook hoorde ik dat ze voortdurend bezig waren met het bepalen van hun positie. Wat mocht wie wanneer en waarom wel of niet?

Later die avond zitten we aan tafel te eten. Dochter voert het hoogste woord. Ze reageert fel op haar broer, alsof alles wat hij zegt en doet stom is. Rolt geregeld haar ogen naar achteren of spreekt met opgetrokken wenkbrauwen en de air van een zestienjarige.

Man en ik kijken elkaar verbaasd aan. “Wat is er vannacht met haar gebeurd?”, vraag ik hem (in het Engels, nu dat nog kan zonder dat de kinderen het begrijpen). Ze lijkt een ander kind. Ineens zoveel groter. Gegroeid. We lachen om haar grote-meiden-gedrag.

Opeens wordt het haar teveel en ze begint zacht te snikken. Als we vragen wat er aan de hand is, zegt ze dat we haar uitlachen. We leggen uit dat dit niet zo is, we lachen óm haar. Beteuterd staart ze naar haar inmiddels lege bord.

‘Kom eens hier’, zeg ik, en ze weet niet hoe snel ze bij me op schoot moet kruipen. Ik sla mijn armen strak om haar heen en fluister in haar oor: “Moeilijk hè, opgroeien.” Ze knikt. “Je hoeft nog niet zo groot te zijn hoor. En als je iets moeilijk vindt mag je altijd bij mij op schoot komen zitten.”

“Maar ’s nachts niet, want dan slaap je!”, zegt ze. “Ook ’s nachts”, zeg ik vol overtuiging (en vraag me meteen af of ik hier spijt van ga krijgen). “Als je verdrietig bent, mag je altijd naar me toekomen.” Gerustgesteld krult ze weer tegen me aan. Ze is weer mijn kleine meisje, zoals ik haar ken. Doe maar rustig aan, meid. Het valt echt niet mee, opgroeien.

Reacties

reacties


1.258 views | Geschreven door

Over de auteur

Oprichter van OudersOnderling en journalist, tekstschrijver en redacteur bij De Schrijfzolder. Analyseert boodschappenbriefjes en verzamelt slechte slogans. Zoon en dochter. Afwijking: pareidolia.