Juf: ‘Wat fijn dat uw zoon het assessment zo goed heeft gedaan.’Schoolmeester
Man J. en ik knikken, dat vinden wij ook.
Juf: ‘Hij gaat heel erg vooruit.’
We knikken weer en ik zeg er “Jazeker” bij.
Juf: ‘Dit moeten we vasthouden!’
Ik houd me zeker goed vast, want ik voorvoel dat we geraken bij wat eigenlijk besproken dient te worden.

Man J. en ik zitten op stoeltjes bedoeld voor zevenjarigen. Dat vinden we niet erg, dat hoort bij een gesprekje op school. We bespreken het assessment dat zoon B. (7) heeft gedaan omdat Engels niet zijn ‘mother tongue’ is. We willen weten hoe ver hij is, of eigenlijk wil de school dat weten. Wij waren niet voor, niet tegen, maar zo net er tussenin. We deden het min of meer voor het systeem. Het resultaat is prima, ook de assessor is tevreden en we zien geen reden voor verdere stappen. De juf wil het wél nabespreken, samen met de bijlesjuf.

De juf vervolgt: ‘Met het assessment hebben we specifieke dingetjes blootgelegd waar we ons met bijles op kunnen richten. Dat is awesome, vind je niet bijlesjuf?!’
De bijlesjuf zegt: ‘Jazeker juf, ik zie echt légio mogelijkheden! Zoals, kennen jullie het computerprogramma zus en zo dat we elke ochtend samen met de ouders doen? Dan dachten we nog aan extra les huppeldepup, boekje dit en dat en dingetjes tralala, het kost maar zus en zo.’
Mijn energie kiest het ruime sop, ik dwaal af en kijk met een schuin oog naar man J. die ook stiekem op zijn horloge kijkt.

Natuurlijk vind ik dat kinderen moeten leren, dat ouders daarin een rol spelen en dat vooruitgang prachtig is. Maar ik zou ook zo graag willen zeggen dat leren veel meer is dan stampen en (over)stimuleren. Ik zou willen zeggen dat B. elke week al Nederlands én Engels huiswerk maakt en zelf ‘raps’ fabriceert in beide talen. Dat hij Engels en Nederlands moeiteloos afwisselt als hij sport en met al zijn vriendjes en zijn zusjes speelt. Dat ik hem tegen een klein jongetje hoorde zeggen dat hij niet te dicht bij de vijver moest komen omdat hij er dan in kon vallen. Dat ik toen zo trots was!

Maar we doen het niet, want wat nu als zoon B. daar last van krijgt? We bewegen ons binnen de kaders van het systeem en zeggen: ‘Goh, interessant zeg, we zullen er eens over nadenken en komen er op terug, na de vakantie.’ Voor B. en voor onszelf. Even testen of het systeem ook een goed geheugen heeft.

Reacties

reacties


659 views | Geschreven door