Dochterlief was best makkelijk naar bed te brengen. Toegegeven, ze moest zich wel even in slaap huilen – maar die kwam áltijd. Totdat we naar Italië gingen. Met tien maanden oud kreeg ze in ons geweldige agriturismo een astmatische aanval.

Alsof het niet erg genoeg is om naar de eerste hulp te moeten met een benauwd kleintje. Probeer het eens (of nooit!) in een regionaal ziekenhuis in Italië. Waar niemand Engels spreekt. Waar je je kamer moet opruimen voordat de arts langskomt (ORDINER!). Waar de verpleegsters gillend ruziemaken. Op je kamer.

Het ergste: ons meiske werd zo ongeveer elk slaapje en elke nacht vele malen gestoord. Soms door een naar rook stinkende verpleger die met het lichtje van zijn mobiel in haar gezichtje scheen. Soms door iemand die vond dat ze NU haar pasta moest opeten.

Horror, vond ik het. Maar weggaan, dat was nog erger. Ze moest zuurstof, ze moest medicijnen – daar had ik geen Italiaans voor nodig. En toen gebeurde er iets in mij. In die dagen en nachten ontwikkelde ik me als een leeuwin die Het Belang Van Haar Kind bewaakte. Een oergevoel. Met ogen tot spleetjes, bijna wiegend van links naar rechts, posteerde ik me voor haar deur en liet niemand binnen als ze sliep. Thuis ren ik weg voor confrontaties, hier gromde ik naar iedereen die in de buurt kwam. In het Nederlands, ha!

Het kwam weer goed met haar, maar met haar slaap niet. Drie is ze inmiddels, en we zijn twee ziekenhuisbezoeken en vele, vele gebroken nachten verder. Het oergevoel is nooit meer weggegaan. Een soort zesde zintuig. Ik kan er niets aan doen. Ik kan heel nonchalant bezig zijn tot ik ineens automatisch overschakel op mijn leeuwin-modus. Bizar. En ik vraag me wel eens af: hebben andere ouders dat ook? En wanneer gebeurt dat?

Reacties

reacties


1.065 views | Geschreven door

8 reacties

  1. mirjamvanzelst

    Mooi, Tineke, en herkenbaar. Bij mij komt het regelmatig boven in het verkeer. Mijn dochter is inmiddels oud genoeg om gezellig naast mij op haar fietsje naar de stad te rijden. Iedere auto die te dicht in haar buurt komt, kan het bezuren. Eerst werp ik mezelf tussen mijn dochter en betreffende auto, en vervolgens krijgt de bestuurder de volle laag. Het liefst in de zomer, als ze hun raampje open hebben en mijn gescheld dus hoorbaar is. Maar met gebaren kom ik ook een heel eind.
    Heel raar voor een vredelievend mens zoals ik altijd was… 😉

    • tinekehoningh

      In het verkeer! Inderdaad! Op rotondes heb ik wel eens echt geschreeuwd tegen andere fietsers… ‘Haaientanden!!’ gil ik dan, of ‘Je hebt geen voorrang!!’. Mensen fietsen soms echt bijna tegen m’n bak vol kinderen aan?!
      BRULLL!, zegt de leeuwin dan. Geheel terecht natuurlijk.

  2. peterzunneberg

    Ik heb het een keer meegemaakt toen wij in een vierpersoons hotelkamer in Venetië slechts drie bedden aantroffen. Ik ben heel boos geworden, terwijl ik doorgaans conflicten probeer te vermijden. ‘Ik heb je nog nooit zo vloeiend Italiaans horen praten’, zei mijn vrouw toen alles geregeld was.
    De angst van een ouder bij een astmatische aanval herken ik ook, zij het veel minder extreem. Je weet echt niet wat je moet doen, zo’n eerste keer. Gelukkig is onze zoon er nu nagenoeg van af. Alleen als hij snipverkouden is, grijpt hij nog wel eens naar de Ventolin

  3. Marloes Morshuis

    Ja, dat is zeker herkenbaar! In verschillende situaties. Een recente leeuwin-ervaring had ik toen mijn zoontje van 9 huilend thuiskwam omdat hij op ons pleintje door tieners was geduwd en geschopt. Ik ben op mijn sokken naar buiten gerend en kon een van de daders op de hoek van de straat nog net in de kraag grijpen… daarna heb ik diep ademgehaald en nog best een redelijk gesprek met hem gevoerd. Maar ik denk/hoop dat ie het niet nog een keer doet.

  4. Tefke van Dijk

    Ja, herkenbaar. Vooral in situaties waarin je het gevoel hebt dat iets of iemand je kind bedreigt. Dat leeuwinnengevoel kende ik ook niet van mezelf. Ik moet wel zeggen: mijn kinderen maken sowieso ongekende gevoelens in me los.

  5. teunboumans

    Ha! Ik zie het weer voor me.
    Broerstraat in Nijmegen, zaterdagmorgen, 2001. Dochter Cris, 1 jaar en nog wat, dribbelt voor me uit. O, voor wie mij niet kent: de goedmoedigheid zelve. Geweldloze man.
    Plots geraas. Twee mannen op scooter scheuren over voetgangersgebied. Cris dribbelt bijna onder voorwiel. Ik schreeuw. Nogal hard. (grooaar!)
    Scooterbestuurder remt zeer abrupt. Zet met vechtlustig gebaar helm af en stapt af. En vervolgens op mij af. Ziet dan ineens mijn gezicht. Dat gezicht zegt: ja, dat moet je vooral doen. Come to daddy, zeg maar.
    Scooterist kijkt, ziet, calculeert, zet helm op zijn hoofd en scheurt weg met zijn makker.
    En echt. Ik vond dat vrij jammer.

  6. Liesbeth van der Heijden

    Heel onlangs nog. Zoon van (ik noem ‘m hier steeds alvast zeventien, maar dat is hij eigenlijk pas over een week) zestien dus moest invallen bij ‘het twèd’, zoals dat bij ons in Brabant heet: het tweede seniorenelftal van de voetbalclub. Zelf speelt hij nog in de A. Ik kwam hem ophalen en pikte nog het einde van de wedstrijd mee. Voor mijn ogen ontstond een vechtpartij op het veld. Duwen, trekken, stompen, dat werk. Mijn zoon liep er naar toe en probeerde de boel uit elkaar te halen. En kreeg natuurlijk ook een duw.
    Wrooooaarg! Daar was de leeuwin! Ik gooide mijn tas op de grond en had al een paar stappen in het veld gezet, toen ik bedacht wat erger voor mijn zoon zou zijn. Nog een duw of een moeder die zich tussen een kluwen bemodderde twintigers wierp…
    Afijn, ik draaide me om, pakte mijn tas, deed alsof ik de gesp van mijn laars opnieuw moest vastmaken en keek om me heen of iemand het gezien had. Niemand. Laf keek ik toe hoe de scheidsrechter in tien seconden een einde aan het opstootje maakte. Ik had mijn zoon voor een ramp behoed.